Geen neerslag van betekenis 
 
Winter
 
Met winterpet, winterwanten en een wollen dubbel omgeslagen sjaal loop ik in het station gelijk op met een door de zon gekleurde man. Hij draagt een licht beige linnen kostuum. Een zomerjasje hangt over zijn rechterarm en over zijn linkerschouder draagt hij een dure leren reistas. Schuin op zijn hoofd een Humprey Bogart hoed. Je herkent de reiziger. Misschien is de reiziger in een ander seizoen vertrokken dan waarin hij nu terugkeert.
Even verderop raken we verstrikt in een groep lallende vakantiegangers. Ze zijn weer thuis, maar hun dresscode is nog strand. De sfeer is vrolijk en de fles gaat van hand tot hand. Behendig glipt de reiziger tussen de rollende hutkoffers door, hij ontwijkt de rugzakken, de voorgebonden buiktassen, de zwaaiende armen en stapt achteloos over een sombrero hoed. Ik volg in zijn voetsporen en even later staan we veilig buiten. De reiziger verdwijnt in een gereedstaande taxi. Ik loop richting centrum. Achter mij klagen vakantiegangers over een kutland met kutweer. Het begint zachtjes te sneeuwen.