Geen neerslag van betekenis 
 
Het vaderland
 
Vaderlandslievendheid en patriotisme, ik heb er niet zoveel mee en met nationalisme al helemaal niet. Ik hou best wel van Holland, landje aan de Zuiderzee met zijn duinen, zijn bossen en zijn hei, maar daar blijft het bij. Sterven voor het vaderland zie ik me niet snel doen, hoogstens per ongeluk. Ook zal ik niet met een vlag door de stad marcheren of het Wilhelmus zingen met mijn rechterhand op mijn hart, en het zwaaien naar gevulde gouden koetsen - voor zover dat iets met vaderlandsliefde te maken heeft - beschouw ik als infantiel en na het bestuderen van de stamboom van de Oranjes, zelfs als landverraad. Maar wanneer de nood aan de man is en het Vaderland mij roept, dan kan dat vaderland op me rekenen, daar sta ik voor. Jongen van Jan de Wit, van stavast, van geen woorden maar daden.
Zo zal ik bij een dreigende dijkdoorbraak mijn vinger zonder enige aarzeling in die dijk steken, twee als het moet. Iemand verbergen op zolder? Geen punt, ik deed het al eens met een vriendinnetje die de bus had gemist. Onderduiken had ook leuke kanten. Kortom: vaderlandsliefde en patriotisme zijn mij niet vreemd, maar wel zonder dramatiek en in een gematigde variant.
Nationalisme is andere koek. Dat spreekt me helemaal niet aan. Trots zijn op iets waar je part noch deel aan hebt gehad snap ik niet en nationalisten zijn groepsmensen. Je ziet ze nooit alleen en dat 'samen' staat me tegen. Met mensen die samen het gevoel hebben dat ze iemand zijn, terwijl ze alleen niemand waren, moet je altijd voorzichtig zijn.