Utrecht, 10 maart 2018 
 
‘Pyke Koch hangt in het Centraal Museum.’ De stem klonk nogal bekakt. Aan het tafeltje naast me zaten twee vrouwen. Een droeg een beige geruite sjaal met bijpassend hoedje. Stem sjaal en hoedje onmiskenbaar: oud-Hollandse fine fleur. Een beetje uitgebloeid, maar nog volop schone schijn. Haar gezelschap was een jonge vrouw: modern, stads, bakfietsgeneratie.
‘Er was toch iets aan de hand met die Pyke Koch?’ zei de jongste.
‘Ja nogal’, bevestigde het hoedje, ‘die man was goed fout in de oorlog, landverrader, fascist, NSB en zo, hij is na de oorlog nog veroordeeld. Ik snap niet dat ze hem nog exposeren.
’De ober zette een Ceasarsalade voor me neer en ik bestelde nog een witte wijn. Naast mij was Pyke Koch inmiddels volledig afgeserveerd. Nu was Jeroen Krabbé aan de beurt, die hing ook ergens.