Geen neerslag van betekenis 
 
De traktant
 
Vanmorgen werd ik gebeld. Een man vroeg of ik wist met wie ik sprak. Dat wist ik, het was onmiskenbaar Frans H. De geest verliest zijn souplesse, het lijf verzakt, maar de stem blijft ongebroken. De stem als audiovariant van onze vingerafdruk, blijvend herkenbaar, ook die van Frans H.
In de tijd dat er uit Polen geen arbeidsmigranten, maar slechts af en toe wat eenzame politieke vluchtelingen onze kant uitkwamen, reisde Frans in tegenovergestelde richting. Hij was klaar met het decadente westen en dacht als overtuigd communist zijn heil te vinden in een fabriek voor houten speelgoed achter het ijzeren gordijn in Polen.
Op de avond vóór zijn vertrek nodigde hij enkele vrienden uit voor een afscheidsbiertje in het Rooms-rode bolwerk van de Kajotters aan de Wal in Eindhoven.
Die avond betaalde Frans - geheel tegen zijn eigen principes en die van het communistisch gedachtegoed - de rekening. 'Het is mijn afscheidsfeestje, ik betaal’, zei Frans. ‘Vanavond ben ik de traktant’. De volgende dag vertrok hij met een aanbevelingsbrief van Marcus Bakker in zijn kontzak richting Polen.
Het woord traktant kende ik niet. Ik vond het een mooi woord en heb het onthouden. Frans had Polen nooit meer verlaten. Hij was directeur van de fabriek voor houten speelgoed geworden en nu hij met pensioen was, weer even terug in Nederland. Via via en via was hij aan mijn telefoonnummer gekomen. Hij zou het leuk vinden wanneer we elkaar konden ontmoeten. Ik vertelde hem dat het katholieke arbeiders bolwerk aan de Wal in Eindhoven al ver vóór de val van het ijzeren gordijn met de grond was gelijkgemaakt, maar dat er voldoende aardige kapitalistische alternatieven in de lichtstad waren bijgekomen. We hebben afgesproken om halfacht.
Ik heb hem gezegd dat ik vanavond de traktant wil zijn.