Afbeelding invoegen
 
 
Geen neerslag van betekenis 
 
Tegenprestatie 
 
Iedere ochtend loop ik via het station naar het centrum van de stad en geregeld word ik bij de roltrap aangesproken door een man: dertiger, onverzorgd, onwelriekend, opdringerig, verslaafd, maar ook: triest, meelijwekkend, hopeloos.
’Heeft u iets over voor een dakloze?’, vraagt hij.
Soms formuleert hij korter en beperkt zich tot: ‘Heeft u iets over?
’Wanneer hij vraagt of ik iets over heb voor een dakloze, antwoord ik kort en duidelijk dat ik dat niet heb. De dakloze opvang is hier goed geregeld en met een bijdrage subsidieer ik alleen zijn drank- en drugsverslaving.
Wanneer hij de korte formulering kiest en vraagt of ik iets over heb, brengt hij mij in verlegenheid. Ik zou eerlijk moeten antwoorden dat ik best wel iets over heb, maar dan moet ik hem vervolgens uitleggen waarom ik hem niet laat delen in mijn overschot. Daar heb ik geen zin in en ik volsta dan ook met een kort Nee. Daarbij kijk ik hem recht in de ogen in de hoop dat hij mijn gezicht onthoudt en mij de volgende keer negeert. Helaas.
In de Stationsstraat passeer ik straatmuzikanten: een accordeonist, een violist en af en toe op zaterdag een bongospeler. Geen van hen vraagt of ik iets over heb. Ze spelen en ik geef ze iets. Beloning naar prestatie. Toch blijft de dakloze in mijn hoofd zitten. Een paar danspasjes zouden al voldoende zijn.