Geen neerslag van betekenis
 
Notre-Dame
 
Vorige week brandde een Notre-Dame af. Dat is in Frankrijk vaker gebeurd; er zijn daar veel Notre-Dames. Dit was echter niet zomaar een Notre-Dame, het was de Notre-Dame van Parijs, het symbool van, ja van wat? Nationale trots? Eenheid? De boreale Christelijke cultuur van Th. Baudet? Katholieke nostalgie? Zeg het maar. Alle symbolen werden genoemd door onthutste commentatoren.
Wie er niet gedoopt of getrouwd was had er wel eens op de trappen gezeten of herinnerde zich een boek over Quasimodo die daar de klokken luidde.
Zelf plaste ik, weliswaar uit allerhoogste nood, in 1970 tegen een van de steunberen. Ik meen dat het de derde beer van links was. Wildplassen bestond toen nog niet en het voelde dan ook heel bijzonder. Dit terzijde.
De resten van Onze-Lieve-Vrouw smeulden nog na, maar de media hadden hun werk gedaan. Binnen één dag werd de brand in een Parijse kerk opgeschaald tot mondiale ramp. Muzikanten van heinde en ver trokken naar Parijs om voor een rood-wit geblokt lint en tegen een achtergrond van rokende kerkresten hun droevige melodieën te spelen. Wie geen instrument bezat zong mee met spontaan gevormde koren die nog droeviger liederen zongen.
Maar niemand vertelde dat de kerk al vóór de brand in allerbelabberdste staat verkeerde. Volkomen verwaarloosd, geheel onderkomen. Met een minimum aan houtje-touwtje-onderhoud en een maximum aan Franse slag had de nationale monumentenzorg de kerk overeind weten te houden, meer ook niet. Uit pure wanhoop stortten 16e eeuwse engeltjes en duiveltjes zich regelmatig van hun sokkels in de diepte. Hordes niets vermoedende toeristen moeten met ernstige verwondingen naar de Franse hospitalen zijn afgevoerd. Geen Fransman die er iets van zei en het Parijse Office du Tourisme zweeg, in alle talen.
Drie dagen stond de brand ook bij mijn krant op de voorpagina. Op de tv zag ik dagelijks huilende mensen die elkaar omarmden. Ze legden bloemen, staken kaarsen aan en droegen borden met 'Je suis Notre-Dame'. Je weet het natuurlijk nooit met zoveel camera's in de buurt, maar het verdriet oogde oprecht. Tranen stroomden samen met het bluswater door de Parijse straten. Zelf was ik ook ontdaan. Lamgeslagen door melancholie lag ik uren op de bank. Niet om de verwaarloosde kerk die was afgebrand - die krijgt door gulle giften een droomrestauratie - maar om al dat andere van waarde dat is verdwenen, maar waarover niemand zich druk maakt.
Je mist het pas als het er niet meer is, zei cultuurfilosoof Johan Cruijff ver voor de brand.