Afbeelding invoegen
 
Geen neerslag van betekenis
 
Natuur jeukt
 
Vroeger was ik gek op natuur. Zeker wanneer er iets te drinken was. In de zomer van 1984 picknickte ik met een Groningse vakantievriendin in de natuur bij het Oldambtmeer. We lagen op een gebloemde sprei en picknickten in twee uur tijd een flesje Fladderak weg, werkten ons door een halve meter Groninger droge worst en sloten af met een weckfles pruimen op sap. De worst en de pruimen had de moeder van de vriendin zelf gemaakt. Die maakte alles zelf. Ook Groninger droge worst. Dat kon ze goed. Ze deed dat met een worstmolen. Die stond vastgeschroefd op de keukentafel. Er zat een lange tuit aan. Ze schoof een gespoelde varkensdarm als een condoom over die tuit en met de achterkant van een pollepel duwde ze rauw vlees en kruidnagel in de molen. Dan draaide ze aan de slinger en duwde met haar hand het vlees verder de darm in. Knoop erin en 2 maanden drogen op zolder.
Wij hadden thuis ook zo’n molen. Mijn moeder pakte die af en toe uit de kast, zette hem op de keukentafel, keek er tien minuten naar en zette hem weer terug in de kast. ‘s Avonds aten we dan spinazie met vissticks van kapitein Iglo.
Nu kom ik nog nauwelijks in de natuur. Zonder droge Groninger worst en Fladderak is natuur niets meer dan stuifzand in je ogen, modder aan je schoenen. Het is klimmen en dalen, vallen en opstaan. Natuur is gevaarlijk wanneer ze onverwachts de weg oversteekt. Natuur hangt in de lucht en poept op je kop. Natuur bijt, steekt, jeukt. Geen mens wil er dood gevonden worden. Natuur wordt vreselijk overschat.
 
J.C. Bloem had ook niets met natuur:
 
‘Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan, wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen’