Geen neerslag van betekenis
 
Krassen
 
Het is een vreemde winkel, die winkel bij mij op de hoek. Buiten en binnen staan sta-tafels waar norse mannen op leunen. In de winkel kun je postpakketjes ophalen en afgeven. Er zijn sigaretten te koop, aanstekers en loten voor alle kansspelen die je maar kunt bedenken. Naast de toonbank hangt een rekje met verkleurde ansichtkaarten en tegen de wand staan twee koelvitrines met frisdrank, geen alcohol.
De eigenaar is druk met de verkoop van loten, drukker dan met de pakjes. Achter de kassa hangt een uitvergrote foto waarop hij iemand feliciteert die in zijn winkel ooit een winnend lot kocht waarop € 10.000, - viel. Het zijn de enige vrolijke gezichten in de winkel. Mannen - je ziet er nooit vrouwen - kopen een flesje frisdrank en een boekje krasloten. Bij iedere slok krassen ze een lot. Ze drinken zonder dorst en krassen zonder hoop, emotieloos. Na 10 slokken is het flesje leeg en zijn de loten gekrast.
Het Post-NL-gokpaleis riekt naar verveling, sleur en armoe. Niet de armoe van honger, ziekte of geen woning, maar de armoe van minder hebben dan een ander.