Geen neerslag van betekenis 
 
Knal
 
Er klinkt een knal. Ik schrik wakker. Was er wel een knal of droomde ik een knal? De schrik heeft mijn geheugen gewist. Voor de zekerheid stap ik uit bed en gluur tussen de gordijnen door naar het plein beneden. Met een knal kun je niet voorzichtig genoeg zijn; vaak volgt er nog een tweede, soms is dat de laatste. Daar lees je wel eens over. Het plein is verlaten. Mijn vriendin vraagt waar ik naar sta te kijken. Ik antwoord dat ik een knal hoorde. Ze zegt dat zij niets gehoord heeft en dat ik gedroomd heb. Gerustgesteld stap ik in bed. Even later schrik ik wakker van sirenes die voorbijkomen. Ik blijf liggen; 's nachts moet je niet alles geloven wat je hoort.