Afbeelding invoegen
 
 
Geen neerslag van betekenis 
 
Jongens
 
 
Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ vraagt SIRE in haar  nieuwste campagne.
Wij mochten jongens zijn, en jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik het zelf.
Vijf buurtvrienden die samen hun eigen buitenschoolse opvang organiseerden.'Lekker stoeien jongen en flink ravotten, maar wel voor het donker thuis!’, riep mijn moeder me na wanneer ik met een pak boterhammen in de rugzak richting Karperven fietste. Bij het Karperven stoeiden en ravotten we ons door vrije dagen en vakanties.
We hengelden op karpers van wel 2 meter en netschepten stekelbaarsjes van 4 centimeter. We vingen kikkers, stopten een rietje in hun reet en bliezen ze op. Als straalvliegtuigen scheerden ze vervolgens over het Karperven; jongens waren we, gek op de natuur.
We bouwden boomhutten op 8 meter boven de grond waar geregeld iemand uitviel. Gebroken been, gat in je hoofd, van dat soort dingen. Grote ongelukken gebeurden er niet, we hadden geleerd onze val te breken. Behalve Theo Donkers, die had dat niet geleerd. Jarenlang hebben we Theo na zijn dodemanssprong in een rolstoel achter ons aangesleept. Jongens waren we, zorgzame jongens.
Na het vissen, bouwen en ravotten stookten we fikkie op de mooie droge Leenderheide. Een uurtje later stonden we schouder aan schouder met brandweermannen ons eigen kampvuurtje te blussen. Terwijl de heide nog een beetje nasmeulde kwam de brandweercommandant ons bedanken. Jongens waren we, behulpzame jongens.
Moe van alles zaten we in de schemering aan het strandje bij het Karperven en rookten gevonden peuken tot nog kortere peuken, dronken de jenever van Theo van Gennips vader en vroegen Ansje van Doormalen, die altijd toevallig voorbijkwam en eigenlijk ook wilde ravotten, om haar borsten te laten zien. Ansje deed het, we hoefden het niet eens te vragen.
Jongens waren we, jongens die altijd voor het donker thuis kwamen en later mannen werden, echte mannen, Ansje van Doormalen ook.