Geen neerslag van betekenis
 
Eet meer gans 
 
Vroeger werkte hij hard, ging hij met de kippen op stok en ontwaakte hij bij het krieken van de dag. Licht en duisternis gidsten hem van werk naar rust. De winternachten waren lang, de zomernachten venijnig kort en die nachten braken hem op; zijn humeur leed eronder.
‘Verduisteringsgordijnen’, adviseerde zijn buurvrouw die bekend was met het probleem. Die kwamen er en het hele jaar door ging hij naar bed wanneer hij wilde en sliep tot hij uitgeslapen was. Opgewekt zat hij aan de ontbijttafel.
Nu hebben zich nieuwe gidsen gemeld: overvliegende ganzen. Zodra de ochtend maar een even gloort gakken ze uit volle borst voorbij zijn raam op weg naar hun foerageplaats.
Zijn slaap-waakklok is ontregeld. Geen kippen op een stok, geen zacht kriekende dagen, niet de volkomen rust van een verduisteringsgordijn, maar een afgedwongen slaap van het laatste glas wijn tot aan de eerste gakkende gans. Het is kort. Het wordt wennen. Brabantse nachten zijn niet lang.