Afbeelding invoegen
 
Geen neerslag van betekenis 
 
Schwarzenberg  
 
Bij binnenkomst zien we het meteen. Dit is het fameuze Weense café Schwarzenberg anno 1864. Niets veranderd. Meubels, verlichting, vloer, bar, alles in originele staat, nou vooruit dan, in 1964 gekopieerd naar. Alleen de deftig geklede lustige Buben uit de Weense zakenwereld van toen, hebben plaatsgemaakt voor kortgebroekte selfietoeristen. Geen vooruitgang, maar de obers doen alsof ze het niet in de gaten hebben. Die hebben trouwens heel veel niet in de gaten.
We lopen langs de bar en kiezen een tafeltje aan de zijkant met uitzicht op publiek, straat en bar. De spijs- en drankenkaart ligt klaar, voor elk wat wils. M wil Sachertorte en een Wiener Melange, ik wil een blauwer Zweigelt van wijnhuis Krems. Nu de ober nog.
Aan de bar staan er drie. Keurig in het zwart, met schoof en dikke pret, ze slaan elkaar op de schouders. Witz! Op het moment dat er eentje toevallige onze kant uitkijkt wenk ik. Hij knikt vriendelijk, maar actie blijft uit. Dat herhaalt zich enkele keren en inmiddels zijn we een halfuur verder. M is door de hongerklop los van de wereld, zelf halucineer ik door een  vochttekort en zie grote trossen Blauwe Zweigelt aan het plafond hangen. 30 lawaaierige Chinezen, die wel koffie met Sachertorte hebben, maken de stemming er niet beter op.
Dan komt uit de deur naast de bar ober 4 naar buiten. Hij krijgt een aanwijzing van de andere drie en komt onze kant uit. Grüss Gott, chagrijnige blik, geen verontschuldiging voor het lange wachten. We bestellen de koffie, het gebak en de Zweigelt van Krems. In mijn beste Duits vraag ik of de andere obers misschien geen dienst hebben. De man zegt dat we in zijn afdeling zitten en daar hebben andere obers niets te zoeken.
Wanneer hij de bestelling brengt vraag ik of ik meteen mag afrekenen; Wenen heeft meer te bieden dan café-restaurant Schwarzenberg. De man trekt een mobiel pinapparaat uit zijn holster, tikt wat in, stopt mijn kaart in de gleuf en houdt mij het apparaat voor. Ik moet kiezen tussen ‘Tipp’ of ‘ohne Tipp’. Ik kies ‘ohne Tipp’. De bon wordt geprint, de man gooit de bankkaart op het tafeltje, draait zich om en verdwijnt zonder nog een woord te wisselen. We lopen naar de uitgang. In het voorbijgaan steek ik mijn duim op naar de drie obers bij de bar, toppie. Hoezo Wien bleibt Wien.