Geen neerslag van betekenis 
 
Bourgogne
 
Het miezert in de Bourgogne en we rijden zo maar wat rond over landweggetjes en karrensporen. Dat is wat je doet wanneer het miezert in de Bourgogne. Van het ene bric à brac gehucht hobbelen we naar het volgende. Overal gesloten luiken, niemand thuis. In Poissy stoppen we bij een vervallen herenhuis waarvan de toegangspoort is bezweken onder het bord A Vendre. We lopen rond het huis, monsteren het dak, prikken met de paraplu in een verrot kozijn en kloppen geroutineerd op de eiken deurpost. Dat doe je wanneer je in de Bourgogne bij een bouwval staat. De aspirant-koper moet vlug zijn: nog één fikse najaarsstorm en er is hier niets meer te A Vendre.
Aan het pleintje verderop in het dorp staat de Mairie, het gemeentehuis. Luiken dicht, geen nationale vlag, geen Europese vlag, definitief gesloten. Tegenover de Mairie staat een opvallend goed onderhouden kerkje, een kerkje waar je zo in zou willen trekken. Frisse bloemen op de trap en een deur die uitnodigend openstaat. We gaan naar binnen. Alles wat er in een kerk moet zijn is er: kruisbeeld, kruisweg in 12 afbeeldingen, wijwatervat en een elektrisch Farfisa orgeltje anno 1960 (ja zeker: 1964, House of the rising sun, The Animals!). We ruiken geen wierook, maar boenwas. In de hoek staat een tafeltje met kopjes en een Senseo koffiezetapparaat. Met een vaasje bloemen en enkele waxinelichtjes krijgt dit Godshuis de uitstraling van een knusse huiskamer.
Weer buiten zien we een oude vrouw, ze harkt het grindpad naast de kerk. Ze knikt ons vriendelijk toe en wanneer we even later het dorp uitrijden zwaait ze ons na.
Nietzsche had het mis. God is niet dood, hij woont hier, in Poissy, samen met zijn huishoudster.