Afbeelding invoegen
 
 
Geen neerslag van betekenis

Bescheiden
 
Ik ben in de lokale boekhandel. Op de tafel met laatste aanwinsten toornt ‘Kwaadschiks’ van A.F.Th. van der Heijden huizenhoog uit boven andere aanwinsten. Niet verrassend. Deel 6 uit de cyclus ‘De tandeloze tijd’ telt 1408 pagina’s en de boekhandelaar heeft ruim ingekocht. Op tafel is het groot tegen klein.
In ‘Kwaadschiks’ wordt 24 uur uit het leven van Nico Dorlas uitgesmeerd over 1408 pagina’s. Geen geringe prestatie van de schrijver. A.F.Th. schrijft rijk, hij schrijft in de breedte, maakt meters, slaat linksaf, slaat rechtsaf, meer barok dan minimal en bouwt ondertussen gestadig aan zijn literaire kathedraal die bij voltooiing ons de samenhang van alles zal openbaren, of in ieder geval de samenhang tussen zijn boeken.
Kwaadschiks moet wachten. Ik verlaat de boekhandel met het nagelaten werk van Frans Pointl: ‘Zonder rampspoed valt er niets te melden’. Gedichten, verhalen en brieven aan een denkbeeldige vriend. 86 bladzijden exclusief het voorwoord van David de Poel. Op de harde kaft staat een door Sylvia Willink geschilderd portret van Frans. Zij schilderde het uit mededogen; het archief van het Letterkundig museum beschikte niet over een afbeelding van de schrijver.
Frans Pointl overleed op 1 oktober 2015. De laatste zes jaar van zijn leven woonde hij in het Sarphatihuis in Amsterdam. In zijn kamertje - ’het bezemhok’ - tikte hij brieven aan zijn niet bestaande vriend.
Alles aan Frans Pointl is bescheiden en van opmerkelijke eenvoud. Zijn taal is klare taal, meer minimal dan barok. Je zult er niet verdwalen. A.F.Th. van der Heijden zou het kale taal noemen. Je vindt bij Frans Pointl geen literaire kathedralen of andere imaginaire bouwwerken. Het werk is te overzien. De bladzijden van zijn boeken laten zich gemakkelijk tellen en naast elkaar vullen die boeken nog geen halve boekenplank van een Ikea kast.
Een schrijver in de kantlijn die een kras nalaat - zo omschreef hij zichzelf. Bescheiden in alles, helaas.
 
Frans Pointl, ‘Zonder rampspoed valt er niets te melden’. Nagelaten werk met een voorwoord van David van de Poel. Nijgh en van Ditmar, 2016.